Ontwikkelingsgericht onderwijs

Het onderwijs op onze school is gebaseerd op de principes van Ontwikkelingsgericht Onderwijs. Deze onderwijsvisie legt de nadruk op de ontwikkeling van de persoonlijke identiteit van kinderen. 
Bij ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) is het van belang dat kinderen uitstijgen boven hun huidige niveau, naar de zone van naaste ontwikkeling. Kinderen ontwikkelen zich in de visie van ontwikkelingsgericht onderwijs niet vanzelf. Zij ontwikkelen zich in een omgeving en zijn afhankelijk van wat die omgeving te bieden heeft. Kinderen hebben wel de kracht en de drang in zich om zich te ontwikkelen en werken actief aan hun eigen ontwikkeling. De leerkracht speelt hierin een belangrijke rol en heeft een taak in de begeleiding van de kinderen. Zij hebben deze sturende kracht nodig. De leerkracht zorgt voor een uitnodigende omgeving. Tijdens de activiteiten heeft de leerkracht een begeleidende, inspirerende en stimulerende rol om kinderen verder te helpen in hun ontwikkeling.

Principes

Het belangrijkste principe is de zone van naaste ontwikkeling. Het kind ontdekt vanuit zijn eigen ontwikkeling wat op het randje van zijn kunnen en nog niet kunnen ligt.
Bij OGO staat de brede persoonsontwikkeling van leerlingen centraal. Deze brede ontwikkeling omvat alle intelligenties. Daarbij is het de gedachte dat de leerkracht in het contact met de kinderen niet enkel specifieke kennis en vaardigheden overdraagt, maar dat de ontwikkeling van de leerling daarnaast ook beïnvloedt wordt door de context en de cultuur.
Een ander principe is dat het kind ontwikkelbaar is. De ontwikkeling van een kind is te beïnvloeden, het is dus geen vaststaand proces. Betekenisvolle activiteiten en inhouden leveren een belangrijke bijdrage aan deze ontwikkelings- en leerprocessen. De kinderen zijn zelf eigenaar van hun leerproces. Zij kunnen zelf goed aangeven wat ze nodig hebben en wat ze willen leren. 
Bij OGO is zingeving erg belangrijk. Het geleerde moet verinnerlijkt worden. Ook is het van belang dat de leerling weet wat het nut is van het geleerde. Daarnaast moet de leerling in staat zijn om het geleerde in verschillende contexten toe te passen. Tenslotte hecht OGO grote waarde aan reflecteren en observeren. Door middel van observatie zoekt de leerkracht wat de leerlingen zelf willen en al (bijna) kunnen. Daar stemt de leerkracht het onderwijsaanbod op af. 

Werken met thema’s

Ontwikkelingsgericht onderwijs werkt met thema’s. Een thema duurt circa zes tot acht weken. Het werken met thema’s is typisch voor het ontwikkelingsgerichte onderwijs. Het zijn thema’s uit de sociaal-culturele werkelijkheid van het kind, waarmee kinderen de wereld om zich heen kunnen verkennen. De keuze van thema’s komt in samenspraak met de kinderen tot stand. Voorbeelden van thema’s zijn: “Wij gaan verhuizen” en Ga je mee naar het boekenbal!” Rond het thema bieden wij verschillende activiteiten aan waaruit de kinderen kunnen kiezen. 

De activiteiten
- Spelactiviteiten
- Constructieve en beeldende activiteiten
- Gespreksactiviteiten
- Lees- en schrijfactiviteiten
- Reken- en wiskundige activiteiten

Een thema begint met een startactiviteit. Daar zijn verschillende mogelijkheden voor. Wij spelen in op de actualiteit. Voorbeelden zijn: een verhuisauto op het schoolplein, het openen van het boekenbal op de rode loper. Wij sluiten het thema af op verschillende manieren. Voorbeeld: het afscheid nemen op de oude school en verstoppertje spelen in de lege lokalen. Een voorstelling voor de ouders als afsluiting van ons thema “Ga je mee naar het boekenbal!”
In de bovenbouw neemt onderzoek een centrale plaats in. Ook hier kunnen activiteiten ontwikkeld worden die verbonden zijn met een maatschappelijke werkelijkheid
In onderzoeksactiviteiten komen op deze wijze twee ontwikkelingslijnen samen. De leerlingen leren op een betekenisvolle manier noodzakelijke kennis en vaardigheden en tegelijkertijd ontwikkelen ze zichzelf als persoon: ze gaan meedoen aan gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en leren daarin verantwoordelijkheid te nemen voor een optimale deelname.

OGO werkt vanuit de 4 B's
  • betrokkenheid
  • betekenisvol
  • bedoeling
  • bemiddelende rol van de leerkracht

Uitgangspunten van ontwikkelingsgericht onderwijs

  • Kinderen zijn opvoedbaar en onderwijsbaar, onderwijsgevenden spelen hierin een belangrijke sturende rol.
  • Het ontwikkelings- en leerproces vindt vooral plaats vanuit de zone van de naaste ontwikkeling.
  • Kinderen hebben een innerlijke behoefte om deel te nemen aan de sociaal-culturele werkelijkheid; kinderen leren door deelname aan de sociaal-culturele wereld.
  • Ontwikkeling is een proces van twee kanten: kinderen hebben eigen ontwikkelingskracht en ontwikkelingsdrang en zijn tegelijkertijd afhankelijk van de invloed van de omgeving, in het bijzonder de volwassenen.
  • Kinderen verschillen onderling in ontwikkelingsmogelijkheden, ontwikkelingstempo’s en in de behoefte aan hulp en ondersteuning in ontwikkelen en leren.
  • Ontwikkeling en leren vinden plaats op basis van activiteiten en inhouden die voor kinderen persoonlijk zinvol zijn en betekenis hebben of kunnen krijgen.
  • Ontwikkeling en leren gaan voorspoediger als leerkrachten zich opstellen als partner van kinderen en die onderdelen van activiteiten voor hun rekening nemen die een kind nog niet zelfstandig kan.
  • Ontwikkeling en leren veronderstellen altijd interactie en communicatie. Daarom zijn sociaal communicatieve situaties noodzakelijk.